De belevenis van een Smalrug

''Wat een feestweek''

Zondag

Zondagmorgen spoor ik mijn twee kleine kinderen aan: "Schiet op, we moeten naar de tentdienst." Alsof ze het aanvoelen, komt er vertraging in het geheel. Ik wil ook altijd graag een beetje vroeg aanwezig zijn en de eerste mensen zien aankomen lopen. Appie lacht, buigt even voorover naar de buggy en lacht naar de kleine. "Nou, nou, nou." Ik wist het nu: bij de Oosterkade zijn ze er helemaal klaar voor.

De eerste mensen komen eraan, vanaf de Bouwhuisstraat, de Stationsstraat, links en rechts en via de Besheerspolder. Langzaam stroomt de tent vol. Bert voert een act op en is erg handig met het opzetten van een tent. De tentdienst beleef ik zelf niet, want ik ga met de kinderen mee naar de kindernevendienst. Een stukje lopen naar de GKV-kerk aan de Groningerstraatweg. Mijn oudste kind mag een ankertje kleuren, symbool voor geloof, hoop en liefde, en hij heeft het erg naar zijn zin. De jongste zet zijn eerste stapjes, weliswaar maar twee meter, maar toch. Ik denk nog bij mezelf: "Het zal toch niet."

Na afloop lekker eten. Ik zie iemand druk bezig bij een grote pan nasi en dat lacht me wel toe. De eerste hap gleed erin, maar de kruiden hadden een behoorlijke nawerking. "Pfoe hé!" Dat was lekker gekruid. Het is dat ik geen stropdas droeg, maar anders zou ik zeggen: "Oeh, pittig... de stropdas krult omhoog."


Maandag

Maandag mag ik samen met mijn broer aan de slag. De tafels zijn ingedeeld en we moeten hier en daar nog wat tafels verzetten. Marjan staat in de tent met pijn in haar rug en ik kijk een beetje bezorgd opzij.

"Komt wel goed, Klaas, maar ik moet eerst even plat."

Ik denk: ze werken zich werkelijk krom voor alle feestgangers.

Berdine opent mijn laptop met een lach. Corné geeft haar een microfoon en ze test het ding. Lachend bevestigt ze dat het werkt.

De quiz kan beginnen. Echter, de video van de burgemeester blijft ineens hangen. Ik doe gekke dingen in zo'n stresssituatie: laptops verwisselen en van alles proberen. Het werkte niet, maar op de achtergrond werd niet stilgezeten en uiteindelijk kwam alles toch nog goed.

De tent zat vol en na afloop waren zes vrouwen enorm blij met de winst. Ze doen al jaren mee, maar deze keer hadden ze veel vragen goed. Honderd punten, terwijl de maximale score 117 bedroeg. Dan ben je ook echt een terechte winnaar.

 

Dinsdag

Dinsdag is voor mij een vrije dag, maar eigenlijk ook weer niet, want de laatste details moeten nog worden geregeld voor donderdag, de Gezelligheidsrit. Blijft dat mobiele toilet aan De Snip nu wel of niet staan?

Ik fietste elke dag even langs om te kijken of ik nog timmerlieden zag. Ik zag mensen van Wold & Waard in een woning bezig en dacht: ik ga toch maar even brutaal aanbellen. De man was meterstanden aan het opnemen. Hij draaide zich verbaasd om en keek nog verbaasder toen ik vroeg:

"Die dixie daar, is die van jullie?"

"Wat dan... wou je daar op dan?"

Op de fiets naar De Poel. De kleine zit voorop en zingt erop los. Fietsen met opa vindt hij prachtig. De motoren staan klaar. Ik herken mijn oude buurman uit Grootegast en maak een praatje met hem. Dan wordt ineens het seintje gegeven voor vertrek.

De zware motoren worden gestart. De kleine schrikt en weet niet waar hij moet kijken. Het maakte diepe indruk op de kleine man. Klaverjassers verzamelen zich en de eerste darters melden zich. Een tasje met eigen pijlen in hun handen.

 

Woensdag

Woensdagmorgen heb ik de bewuste klusser te pakken. Hij vertelt dat hij vandaag klaar zal zijn en dat de dixie dan weggaat.

"Joh, doe je werk secuur. Ik zie dat je nog iets vergeten bent. Doe rustig aan, het wordt warm vandaag. Het kan volgende week ook nog wel afgemaakt worden."

"Ik denk niet dat mijn baas dat fijn vindt."

"Joh, maak je geen zorgen om je baas. Het is niet nodig dat zijn vrouw straks in een bontjas rondloopt."

Al met al nog steeds geen groen licht. Nooit gedacht dat een dixie zo op mijn zenuwen zou werken.

Het regent een beetje, maar toch zet ik de kleine weer voorop de fiets. Hij zingt vrolijk verder. Bij De Poel zie ik Calista omhoog kijken, op zoek naar opklaringen. Ik weet wat ze denkt. Ze kijkt me aan, lacht even en richt haar blik weer op het werk. Er moet kennelijk nog wat geregeld worden.

Jelle zet zijn draaimolen klaar en Ewoud schuift aan. Ook nu zie je de mensen uit alle hoeken toestromen naar de Oosterkade. Appie lacht tevreden en ik denk: "En Appie zag dat het goed was."

Bij de bingo word ik aangesproken door de eigenaar van een woning aan De Snip.

"Die bewuste klusser is nog niet klaar hoor, hij moet volgende week nog terugkomen."

Ik bel meteen Wietze.

"Kust veilig, print de routebeschrijving maar."

Een half uur later belt Wietze terug.

"Er zit één spatiefout in de routebeschrijving."

Dus moest alles opnieuw. U leest het goed: één spatie fout!


Donderdag

Donderdag moeten Wietze, ik en vele postgangers aan de slag. 111 auto's staan aan de start. Ik kom aan bij de molen en aanschouw de jungle van Grijpskerk. Nog een paar weken en de lang geparkeerde Mercedessen zijn volledig opgeslokt door het oerwoud van Grijpskerk. Toch bijzonder dat wij in Grijpskerk een ware jungle hebben.

In de middag zijn Wietze en ik bijna klaar met het uitzetten van de Gezelligheidsrit. We staan bij de dixie aan De Snip. Wietze zet een los object vast met een stukje zwart draad. Dan zie ik Tjeerd ineens langskomen.

"Stop, stop, stop... Tjeerd komt eraan!"

Wietze duikt net op tijd achter de dixie vandaan. Tjeerd merkt lachend op:

"Ik zie daar een bordje en daar ook. We moeten straks dus kiezen tussen die twee. Dan weet ik dat alvast."

We weten dat Tjeerd het als grap bedoelt. Hij bleef opvallend lang staan praten.

"Ja, we moeten verder, Tjeerd."

Hij begreep de hint en fietste weg. Ik hoopte nog dat hij meteen de Scholekster in zou fietsen, maar nee hoor. Meneer fietste eerst de hele Snip uit. Wietze en ik kijken hem na. In onze ogen fietst Tjeerd veel te langzaam. Eenmaal om het hoekje kon Wietze afmaken waar we mee bezig waren.

Eerder op de dag bracht ik samen met mijn vrouw de vele cadeaus naar de Oosterkade. Daar waren alle vrijwilligers druk aan het schoonmaken. Jouke blies me zowat de tent uit met zijn bladblazer.

"Aan de kant, ik bloas die zo de Poel ien."

We hadden dit keer bedacht dat de Gezelligheidsrit uitsluitend binnen de gemeente Westerkwartier zou worden verreden. Daarom hadden we een Fries bereid gevonden om op een post te staan. Onze opdracht luidde:

"Blijf Fries praten en laat je niet opjagen door de Groningers."

Deze klus was hem goed toevertrouwd. We hadden dikke pret toen bijna iedereen bij hem een verkeerde letter ging halen. Aan het einde van de avond stond equipe Erik Santema te stralen op het podium. De felbegeerde Valkuil hebben ze voor de tweede keer binnengesleept.


Vrijdag

Vrijdagmorgen is het opruimen. Alle borden van gisteravond hang ik weer op hun plaats. Wietze en ik analyseren de dag ervoor. We zijn tevreden en voor ons zit het erop.

's Avonds gaan we met z'n allen en de kinderen weer naar De Poel. De kinderen vermaken zich op de springkussens.

Ik hoor Erik zeggen:

"Tjeerd wacht totdat het op ingrijpskerk.nl staat."

Erik vertelt verder:

"Hij ververst de pagina om de vijf minuten en durft pas te komen wanneer het erop staat”. “Ja ik hem door, zodat hij beetje met de neus omhoog de avond door kan brengen”. We hebben er veel lol om.

Ik moet muntjes bestellen. Twee oudere dames zitten in een zweethokje. De zon staat er vol op.

"Ik heb medelijden met jullie. Houden jullie dit wel vol?"

"We vinden het prachtig. We zien dat de kinderen daar pret hebben met de brandweer. Lekker in de verkoeling. Schitterend."

Ik ontvang de muntjes en meteen staat mijn kind alweer naast me.

"Ik wil suikerspin." 

 

Zaterdag

Zaterdag horen we in de verte Excelsior al spelen en het valt me op dat het al behoorlijk druk is. Johan doet een polsbandje om en alles staat klaar voor het muziekfestijn.

Helaas moest ik de voetbalwedstrijd op het scherm aan me voorbij laten gaan. Ik moest nog even op en neer naar Assen. Tegen tien uur 's avonds ging ik weer naar De Poel.

Ik schrok van de hoeveelheid mensen. Duizend? Tweeduizend?

Ik sta te kijken bij de snackwagen en Marjan tikt me op de schouder.

"Had jij dit verwacht?" vraagt ze opgetogen.

Ik haal haar blijdschap een beetje onderuit door te zeggen:

"Ik snap niet dat ze zo dol zijn op die Hollandse hoempapa-muziek."

Ze zal vast even gedacht hebben: "Zeiksnor."

Frans Duits zie ik niet, maar ik hoor hem wel. Ik ken geen enkel liedje van hem en dat wil ik graag zo houden. Maar iedereen brult mee, van jong tot oud. Dus vermaakt iedereen zich opperbest. Wie ben ik dan?

Even later sta ik naast de voorzitter van de Dorpsraad. Als Statler en Waldorf kijken we om ons heen. Ik bedenk ineens de uitdrukking: 'De beste stuurlui staan aan wal.' Door de jaren heen hoor je altijd mensen met commentaar. Diezelfde mensen staan nu ineens te hossen, te springen, te dansen en mee te brullen. Ineens krijgt die uitdrukking een heel andere betekenis.

Marjan staat met tranen in haar ogen naast me terwijl we naar het vuurwerk kijken. Normaal zie ik vooral vermoeidheid in de ogen van alle Oosterkadeleden, maar nu zie ik alleen maar blijdschap. Natuurlijk helpt het mee dat Oranje wint en dat het prachtig weer is.

De band Flame speelt het laatste nummer en ik besluit naar huis te gaan. Appie kijkt me nog één keer aan en zegt:



"Nou, nou, nou... wat een feestweek."

 

RECLAME